Overslaan naar de hoofd content

Jaflaum

over deze website

Zoals je op de homepagina al hebt kunnen lezen, ben ik Soné Jaflaum-Peters. Deze website heb ik volledig zelf opgebouwd en samengesteld, op basis van mijn eigen onderzoek, bevindingen, feiten en hypotheses.

 

Ik ben half Nederlands en half Moluks en behoor tot de vierde generatie Molukkers in Nederland. Toch is het voor mij niet altijd vanzelfsprekend geweest om mij ook daadwerkelijk Moluks te voelen. Het is iets waar ik eigenlijk altijd al mee worstelde en wat mij tegelijkertijd heeft gemotiveerd om alles uit te zoeken.

 

Aan mijn Molukse kant stam ik af van de families Jaflaun en Kanikir, die oorspronkelijk afkomstig zijn van de Tanimbar-eilanden.

Op deze website zul je veel hypotheses tegenkomen. Ik wil namelijk een verhaal en een geschiedenis vastleggen: een geschiedenis die al heeft plaatsgevonden en door mensen is geleefd, maar niet langer mondeling kan worden overgedragen. Daarom doe ik het op deze manier. Ik probeer een eigen verhaal samen te stellen dat in grote lijnen laat zien hoe het waarschijnlijk is gegaan, maar waarin ook nog veel losse eindjes bestaan. Dit werk is onderdeel van mijn Molukse reis, die ik sinds 2020 bewandel.

Er zijn nog zoveel zaken waarover ik nadenk, zowel binnen mijn persoonlijke zoektocht als binnen onze familiegeschiedenis. Was mijn oyang nu pro-RMS, pro-RI of misschien een beetje van beide? Hoe komt het dat vrijwel iedere Jaflaun in het vaderland katholiek is, terwijl de familie in Nederland protestants werd? Hoe was het leven in Merauke, Nieuw-Guinea? Zat hij daar werkelijk alleen tussen RMS’ers? En hoe zou mijn familie er vandaag de dag hebben uitgezien als hij in 1993 niet was overleden? Of als Rudy nog had geleefd?

Mijn familie in Indonesië weet niet beter dan dat Indonesië hun land is. Voor hen betekent de RMS niets, en dat zal waarschijnlijk ook zo blijven. Los van het feit dat de Indonesische regering corrupt is en er veel misgaat in het land, blijft Indonesië wel hún land.

 

Van Jakarta en Makassar tot aan Larat: het is nu hun land en hun vlag. Mijn familie daar is volledig geïntegreerd in de Indonesische samenleving, omdat de geschiedenis nu eenmaal zo is verlopen. De politieke en historische splitsing die voor Molukkers in Nederland zo belangrijk is, wordt daar heel anders beleefd.

Zoals je hierboven kunt lezen, bestaan er nog ontzettend veel vragen. Door alles wat mijn ouders en ik hebben meegemaakt, voelt het soms alsof ik mij niet Moluks zou mogen voelen, zeker omdat ik er niet mee ben opgegroeid.

Alsof ik daar geen recht op zou hebben. Lange tijd heb ik dat gevoel toegelaten, maar sinds ik aan deze zoektocht ben begonnen, verzet ik mij daar steeds meer tegen.

Wat ik wél weet, is dat ik Moluks bloed draag. Ik ben voor een vrij Maluku en West-Papua, maar niet voor de RMS. Voor mij gaat het om de erkenning dat wij van oorsprong geen Indonesiërs zijn, maar een eigen volk vormen, met eigen culturen, talen en een gedeelde afkomst. De Molukse vlag, met de kleuren blauw, wit, groen en rood, staat tegenwoordig niet meer uitsluitend voor de RMS. De vlag draagt uit wie wij samen zijn. In mijn ogen is zij uitgegroeid tot een vlag voor ons allemaal: van noordwest tot zuidoost, van Ambon tot Tanimbar en de Kei-eilanden.

Ik spreek me hierover uit, omdat ik dat kan. En dat zal ik altijd blijven doen.

Opa Absalom, ik heb u nooit mogen kennen. Veel van uw kleinkinderen hebben u misschien persoonlijk gekend, maar als ik de verhalen mag geloven, nooit werkelijk als opa ervaren. Uw verleden blijft een onderwerp waar de oudere generaties liever niet over praten.

Wat uw rol in deze geschiedenis ook is geweest en welke overtuigingen u ook had, ik zal proberen daarachter te komen. Wat ik ook zal ontdekken, ik weiger mijn mond te houden en zal blijven zoeken naar de waarheid.

Terima kasih, opa Absalom, dat ik dit verhaal mag onderzoeken. En terima kasih, oma Martha, voor de liefde die u mijn vader hebt gegeven. 

En aan jullie drieën, van wie twee namen met een A beginnen en één met een P: lees dit honderd keer. Besef wat er staat.

Want niets hiervan komt door jullie. Afgezien van mijn DNA, maar meer dan dat ook niet.

Laat tot jullie doordringen wat jullie al die jaren hebben gemist. Minstens twee decennia lang.