De roots van de Familie Jaflaum
De Tanimbar-eilanden liggen in het zuidwesten van de Molukken, tussen de Bandazee en de Arafurazee. De eilandengroep behoort tot Melanesië en bestaat uit tientallen eilanden, waaronder Yamdena, Larat, Selaru en Fordata. Voor de familie Jaflaum is vooral Larat belangrijk: daar liggen de wortels van de familie.
Larat bestaat uit zeven dorpen: Ridol, Ritabel, Watidal, Kaliobar, Kelaan, West-Lamdesar en Oost-Lamdesar.
Debevolking leeft traditioneel van tuinbouw, jacht, verzamelen en visserij. Daarbij speelt lokale kennis een belangrijke rol, bijvoorbeeld in de manier waarop tuinen worden beheerd en zeegebieden worden ingedeeld naar diepte en vissoorten.
Op Larat wordt vooral Fordata gesproken, een Austronesische taal die ook voorkomt op Fordata en de Molu Maru-eilanden. De inwoners van Larat gebruiken voornamelijk het noordelijke dialect.
Een van de bekendste familienamen op Larat is Jaflaum, soms ook geschreven als Jaflaun. Andere veelvoorkomende namen zijn Falaksoroe, Sabono en Labobar.
De Tanimbar-eilanden liggen in het zuidwesten van de Molukken, tussen de Bandazee en de Arafurazee. Door hun ligging vormen ze een overgangsgebied tussen de Molukse eilandwereld en West-Melanesië.
Cultureel heeft Tanimbar een eigen karakter. De regio kent vooral Austronesische, Melanesische en Molukse invloeden, zichtbaar in taal, uiterlijk, familiegeschiedenis, geloof en lokale tradities.
Daardoor voelt Tanimbar niet als een losstaand eilandgebied, maar als een kruispunt van meerdere werelden. Ook religieus onderscheidt Tanimbar zich. Net als de naburige Kei-eilanden kent het gebied een sterke katholieke aanwezigheid, naast protestantse gemeenschappen.
De verhouding tot Indonesië is vooral staatkundig, politiek en praktisch. De diepere identiteit van Tanimbar ligt in de Molukse en Melanesische achtergrond van het gebied: in de eilanden, families, taal, geloof en lokale geschiedenis.
Tanimbar bestaat uit tropische bossen, heuvelachtig binnenland, kustgebieden, kalksteenformaties, mangroves en koraalriffen. Het landschap is groen, warm en sterk verbonden met de zee.
De eilanden hebben een bijzondere natuur. Verschillende planten- en diersoorten komen alleen in deze regio of in een klein verspreidingsgebied voor. Bekende voorbeelden zijn de blauwgestreepte lori, Goffins kaketoe en de Tanimbar-lijster. Ook de bunga larat, een zeldzame paarse orchidee, wordt met Larat en Tanimbar verbonden. Rond de eilanden liggen koraalriffen en visrijke wateren die belangrijk zijn voor het leven op Tanimbar.
De natuur is indrukwekkend, maar ook kwetsbaar. Door ontbossing, landbouw, houtkap en veranderingen in het landschap staan sommige soorten en leefgebieden onder druk.