Bij veel Molukse families in Nederland begint het verhaal bij vaders, opa’s of overgrootvaders die in het KNIL dienden en aan de kant van Nederland vochten. Na de onveilige situatie in Indonesië kwamen zij zogenaamd tijdelijk naar Nederland, met beloften die voor veel gezinnen uiteindelijk niet werden waargemaakt. Ze kwamen terecht in woonoorden, Molukse wijken of andere gemeenschappen, vaak onder moeilijke omstandigheden en met trauma’s die generaties lang voelbaar bleven.
Bij de familie Jaflaum ligt dat verhaal anders. De geschiedenis loopt niet via het standaard KNIL-verhaal, maar via Larat op de Tanimbar-eilanden, Nieuw-Guinea en uiteindelijk Nederland. Daardoor kent de familie Jaflaum geen gewoon aankomstverhaal, maar een eigen route.
Het is ook een familie van weinig woorden. Van onbekende omstandigheden, stiltes en dingen waar niet altijd over werd gesproken. Van strenge omgang, afstand, ruzie en haat, en soms zelfs onverklaarbare breuken binnen het eigen bloed.